In de Gelderse Achterhoek, in Borculo, vinden we vandaag de dag de Platvoetsdijk. Op nummer 24 runt de heer J G A Brinke een fokvarkensbedrijf.

Van dit gebied bestaan oude kaarten, waaruit blijkt, dat de Platvoetsdijk vernoemd is naar het vroegere Hof De Platvoet. Als je die kaarten van toen over de kaarten van nu legt, zie je dat het Hof De Platvoet feitelijk de boerderij is van de heer Brinke.

Hof De Platvoet

op de kaart van

Krayenhoff

1850– 1864

Onderzoek naar de herkomst van de naam Platvoet van dit erf  in de archieven van Borculo, die overigens zeer toegankelijk zijn gemaakt door de Stichting Stad en Heerlijkheid Borculo (SSHB), levert een verrassend beeld op. Het verrassende zit hem in het feit, dat we in de DTB(doop- trouw- en begraaf)-gegevens niet uitkomen bij een Platvoet, maar bij ene weerth op den Platvoet. Kennelijk bestaat er een herberg die de naam Den Platvoet draagt. We schrijven dan 1627. De volgende vermeldingen zijn gevonden.

 

02.09.1627: Dominica 14 trin. heeft de weerth op den Platvoet so Blanckenberchs dochter tot sijn huisvrou heft, een magdeken doopen laten. Gevadersche (meter of getuige) is gewest Maria ...(?).
 31.03.1648:
Den 31 martij heeft Derick de jongeman op den Platvoet een dochterken doopen ende Elsken noemen laten. Gevader is gewest Jan Daven, Gevadersche (peetouders) sijn des vaders moeder ende Meint Calencamps.
16.03.1662:
Den 16 martij heft Wolter Weeling, de weerth in den Platvoet, een magdeken doopen ende Janna noemen laten. Gevader (peter of getuige) is gewest Bent Blnackendorp.

 

Genoemde Wolter Weeling vinden we ook terug in het trouwboek Borculo 1666-1721 als zijn dochter Janna Platvoets (met s) op 22 januari 1690 in Borculo trouwt met Jerrien Voors, wed. van wijlen Engeltjen Mullerinks van hier. Daar staat vermeld dat Janna dochter is van wijlen Wolter Platvoet uit de buurtschap Dijke.
Als Janna, nu geschreven als
Joh. Platvoets weduwe is van wijlen Jurrien Voors, huwt zij op 21 januari 1702 in Borculo opnieuw, nu met Derk Wessels van wijlen Jan Wessels uit Borculo, maar dat terzijde.
Andere nazaten van Wolter Platvoet zijn niet gevonden, maar toch blijft de naam Platvoet in Borculo bestaan.

De volgende persoon die de naam Platvoet draagt is
Geerlich toe Ameschot op den Platvoet. Geerlich komt van het nabij gelegen erve Ameschot. Hij gaat na Wolter (Weeling) Platvoet op Den Platvoet wonen.
Geerlich is lid van de Nederduitse Gereformeerde Gemeente in Borculo en aan de wijze waarop telkens, bij de doop van zijn kinderen, zijn achternaam in het doopboek van deze gemeente wordt opgetekend is te zien dat die verandert van Ameschot in Platvoet.

 

Kostbare vissen

 

Ooit heeft in Lintvelde op de grens van Borculo met Ruurlo een eendenkooi gelegen, zoals onder andere blijkt uit de kaart van de marke Dijkhoek uit 1839 (zie onder).
Harmen Platvoet heeft in het jaar 1739, hij is dan 60 jaar, bijna een halsmisdaad begaan door in de gravens (sloten) rond de eendenkooi te gaan stolpen. Ongetwijfeld zal menigeen zich nu afvragen waar Harmen dan mee bezig is geweest. Stolpen is een oude methode van vissen in letterlijk troebel water. Men loopt daarbij langzaam door een niet te breed viswater en steekt telkens een omgekeerde tenen mand, waar de bodem uit is verwijderd, in het water tot in de bodem. Daarna zoekt men met de blote hand naar de opgesloten vissen die door het troebele water, de verschalker niet opmerken.
De eendenkooi werd geacht eigendom te zijn van de Heer van Borculo, zoals uit een fraaie volzin in een processtuk blijkt: Tot justificatie der clagte segt men dat het waer en buijten contradictie is, dat sijn H.Gr.Ex van Flodroff Wartensleben, Heer tot Borculoo enz. in dese Heerlijckheijt heeft liggen eene Eendekooije en wel in de Buijrschap Lintvelde, wat zoveel betend als: Tot rechtvaardiging van de klacht wordt gezegd dat het waar is, zonder dat dit wordt tegengesproken, dat zijne Hoog Grafelijke Excellentie Van Flodroff Wartensleben, Heer van Borculo enz. in deze gemeente een eendekooi heeft liggen en wel in het buurtschap Lintvelde.
Gerrit Pageboom en Willem Vrugteman verklaarden op 1 september 1739 voor Borgemeesteren, Schepenen en Raadt der Stadt Borculo dat den Beklaegde (dus Harmen Platvoet) sich heeft durven te verstouten van in de gravens om die Koije gaende, met een stolpe te vissen. Het zal indertijd de saamhorigheid in de naoberschop niet ten goede zijn gekomen. Er zijn op papier heel wat woorden aan het voorval vuil gemaakt.
De eendenkooi met de daarbij behorende woning blijkt op 24 november 1739 te zijn verpacht aan Hendrick Janssen voor de somma van taggentigh Caroli guldens ad twintigh stuver ’t stuck onder de volgende condities: sall den pagter de cooije, slooten, dammen, kolck, pijpen en schermen, in ’t generaal all hetghene tot eene complete cooije behoort, op sijn eijgen kosten onderholden, sonder dat sijn Hoogh Graafflijke Exellentie daar iets sall hebben te verstrekken, als alleen het weeke holt om de cingel en wallen op de cooije staande ’t welk hij tot dat gebruijck allen sall mogen emploijeren. Den Cooijer sal in ’t generaal, voor soo verre eenigsints mogelijk, alles doen ’t gene ten voordeel van de Kooije strekt en mede sorge dragen, dat aen de hotgewasschen op de Kooije staende, door eenigh vee geen schade toegevoegd worden.
Harmen verweerde zich met het argument, dat hij niet alleen onlangs in desen jaare, maar ter contrarie sedert vele jaren herwaarts gedaan heeft, dat hij sulx niet clandestijn maar bij helderen ligten dag selfs in bij wesen presentie van den cooyer en andren, sonder dat hij daarin ooijt getrubeert of geweest op sijn goedhebbende recht en lang geuseerde possestie geschiedt is.
Maar Gerrit Hendriks Koojer, die de Endekooij al verscheiden jaren in pacht en gebruik heeft gehad, nevens het huis ende kamp daartoe behorende, verklaart nooit te hebben gezien, dat Harmen Platvoet in den alderuitersten graven om de gemelten endekooij gaande, gevischt heeft.
Harmen Platvoet krijgt een boete opgelegd van niet minder dan 500 guldens, evenals de kosten van het proces. In die tijd een formidabel bedrag. Harmen blijft niets anders over dan samen met zijn vrouw Greesken Tankink haar beiden eijgendoemelijke weijde, die Platvoets Mathe genaamt, in dese Heerlikhijt Buurschap Dijke tussen Quabbenburg en het Hatteler kennelijk gelegen, in meede een stuk bouland op den Vellinkkamp, sijnde omtrent vier schepel gesaij meede in voorgemelte Buijrschap bij den Dortstenburg in het Velt gelegen in onderpand te verstrekken om eventueel te dienen tot de voldoening van de boete met kosten.
Niet kinderachtig vergeleken met de huidige rechtspraken.
Omdat de naam van Harmens vrouw in de processtukken staat weten we, dat het hier om Egbert Platvoet gaat, oudste zoon van Geerlich Ameschot op Platvoet.

 

("Kostbare vissen" is een bewerking van Jan Derking uit de Kleine Reeks nr 9, uitgegeven door Stichting Stad en Heerlijkheid Borculo.)

Platvoet in Borculo

Detail van een kaart van de marke van de Dijkhoek uit 1839.

Hierop is de eendenkooi van Lintvelde aangegeven. Platvoet ligt midden bovenaan.

 

In 1813 werd de band met het Domein van Burculo verbroken door de verkoop van de Eendekooij aan J.A.H. van der Heyden op Huis Baak. (Gelders Archief, AKV, no 943).
De ligging van deze kooi is heden ten dage nog te zien vanaf de brug over de Grevengracht, gelegen aan het einde van de Waterdijk, tegenwoordig in de gemeente Eibergen. In noordelijke richting kan men een ietwat verlaagd gedeelte in het aan de Grevengracht grenzende weiland zien liggen.

3.2: Jan Platvoet, zoon van Geerlich toe Ameschot jonge man op den Platvoet, geboren op 22 oktober 1682 in Borculo (zie 3.2), huwt als jonge man op 27 oktober 1715, op dezelfde datum als zijn zuster Hendersken, in Borculo met Grietjen ter Nerve, jonge dochter. Copulati hic den 27 octobr.
In het Verpondingskohier, een belastingregister op inkomsten uit onroerend bezit, dat in het midden van de 17e eeuw is samen gesteld in opdracht van de Staten van Gelderland, staat Jan Platvoet vermeld als eigenaar van
De Platvoet. Hij heeft het erve kennelijk van zijn broer Harmen (Egbert) overgenomen.
Uit het huwelijk:
1 Garrit, geboren in Borculo (zie 4.1).

4.1: Garrit Platvoet, zoon van Jan Platvoet, huwt op 21 juli 1738 in Borculo met Maria Beekenschot, dochter van Peeter Beekenschot. Garrit is weduwnaar van Maria Ligtenberg als hij op 9 maart 1757 in Borculo huwt met Geertruit Smit, weduwe van Hendrik Lucas. Copultati hic den 27 maert.
Uit het eerste huwelijk:
1 Elsken, dr, geboren op 1 januari 1739 in Borculo;
2 Berendjen, dr, geboren op 15 mei 1740 in Borculo;
3 Egbert, zn, geboren op 29 september 1743 in Borculo;
4 Willem, zn, geboren op 13 maart 1746 in Borculo (zie 5.4);
5 Gosse (Goossen), zn, geboren op 9 februari 1749 in Borculo (zie 5.5);
6 Jan, zn, geboren op 11 juni 1752 in Borculo (zie 5.6);

7 Pauwel, zn, geboren op 16 november 1755 in Borculo;
Uit het huwelijk met Geertruit Smits:

8 Maria Hendrica, dr, geboren op 30 juli 1758 in Borculo;

In de Civiele Processen van het Hof van Gelderland komt ene
Goossen Platvoet voor, burgemeester van Eibergen. Is dit de vijfde zoon van Garrit? We weten het (nog) niet.

5.4: Willem Platvoet, zoon van Gerrit Platvoet (2.1), geboren in 1746 in Borculo, huwt op onbekende datum met Johanna Borgkijink.Willem trouwt op latere leeftijd nog drie keer. Hij is dan rentenier. Eerst op onbekende datum met Francijntje de Vries, die overlijdt op 9 november 1812 in Borculo. Vervolgens trouwt hij op 7 augustus 1813 te Borculo met Geertjen Smies, 73 jaar oud, geboren in 1740 in Borculo en op 20 maart 1817 huwt Willem nog eens, nu in Lochem met Hermina ter Maat, geboren in 1753 in Lochem en 64 jaar oud. Willem overlijdt op 20 februari 1827 in Borculo. Uit het eerste huwelijk:

1 Elisabeth, geboren in 1776 in Lichtenvoorde, zonder beroep, huwt in 1818 op 42 jarige leeftijd in Groenlo met Antonius Huiskes, 36 jaar en boerenknecht.

 

5.5: Gosse Platvoetzoon van Gerrit Platvoet (4.1), geboren 1749 in Borculo en aldaar op 9 februari 1749 gedoopt als Goossen. Gosse is beddenwinkelier en krijgt een relatie met Johanna Boogemaker. Gosse en Johanna zijn getuige bij de doop van Gerrit Platvoet op 22 december 1776. Johanna overlijdt voor 1779.
Gosse Platvoet gaat op 8 april 1779, 30 jaar oud, in Amsterdam in ondertrouw met Barendina Weijnands,  geboren in Rheden als dochter van Harmanus Wijnands. Hij woont dan op de Leijdsestraat in Amsterdam en Barendina op de Keizersgracht. Barendina overlijdt voor 1819.
Gosse trouwt, op 24 november 1819, 70 jaar oud, in Amsterdam voor de derde keer met Annetje van Meurs, ca 57 jaar oud en geboren omstreeks 1762. Getuigen bij dit huwelijk zijn Hendrikus ten Winkel,  Hendrik Backer, Christoffel Lamm
en Hendrik Jossean. Gosse, in de overlijdensakte Gose genoemd, overlijdt op 26 juli 1821 om 18.00 uur in de Anthoniebreestraat  12, kanton 1, Amsterdam, 72 jaar oud.
Uit dit huwelijk:
1 Gideon, gedoopt op 25 december 1780 in Amsterdam (zie 6.1);
2 Maria, gedoopt op 11 september 1782 in Amsterdam, Nieuwe Kerk. Maria overlijdt voor 1785,
3 Arent, gedoopt op 14 mei 1784 in Amsterdam, Westerkerk.
4 Maria, gedoopt op 2 oktober 1785 in Amsterdam, Amstelkerk.
5 Barendina Wilhelmina, gedoopt op 27 mei 1787 in Amsterdam, Amstelkerk.
6 Harmanus Gerardus, gedoopt op 15 september 1790 in Amsterdam, Nieuwe Kerk.

5.6: Jan Platvoet, zoon van Gerrit Platvoet (4.1), geboren op 11 juni 1752 in Borculo, huwt in 1774 met Anna Margereta Swarthoff, geboren ca 1745. Als Anna op 15 mei 1820 in Amsterdam overlijdt is zij 75 jaar oud en 46 jaar met Jan getrouwd geweest. Het echtpaar heeft op dat moment een zoon en een kleinzoon. Jan overlijdt op 28 april 1837 in Amsterdam. Uit dit huwelijk:
1 Gerrit, geboren in 1777 in Amsterdam (zie 7.1).


6.1: Gideon Platvoet, zoon van Gosse Platvoet, NH gedoopt op 25 december 1780 in de Amstelkerk in Amsterdam, getuigen zijn Wijnand Wijnands en Grietje Platvoet. Gideon trouwt op 29 april 1803, 23 jaar oud, in Amsterdam, hij woont dan bij zijn vader Gerrit aan de St. Anthoniebreestraat bij de Nieuwmarkt nr. 12, met Antje (Antie) Vogel, 23 jaar oud en gedoopt op 5 november 1780 in de Westerkerk in Amsterdam als dochter van Jan Vogel en Jannetje Ensink. Zij is gedoopt op 5 november 1780 in de Westerkerk in Amsterdam. Gideon wordt genoemd in de huwelijksakte van Anna Catharina van Dragt met Francois ten Have als de 65-jarige grootvader van de bruid. Gideon overlijdt op 4 december 1854 in Amsterdam op 74-jarige leeftijd. Hij woont dan aan de Amstel kanton 1 W no 773. Op 5 december 1854 doen Willem Barends, 73 jaar, wonend in 't Oudemannenhuis, bekende en Jan van Haaren, 64 jaar, wonend idem, bekende, aangifte. Antje (Antie) overlijdt op 30 januari 1866 in Amsterdam, 86 jaar oud. Uit dit huwelijk:

1 Barendina, gedoopt op 11 maart 1804 in de Amstelkerk in Amsterdam, huwt op 22 mei 1822 in Amsterdam met Pieter van Dragt, 21 jaar oud, geboren op 14 en gedoopt (Nieuwe Kerk) op 19 april 1801 in Amsterdam als zoon van Pieter van Dragt en Catharine Menke.  Barendina overlijdt op 6 juni 1871 in Amsterdam, 67 jaar oud. Pieter overlijdt op 12 december 1868 in Amsterdam, 67 jaar oud.

2 Jannetje, gedoopt op 4 januari 1809 in Amsterdam.

 

7.1: Gerrit Platvoet, zoon van Jan Platvoet (5.6), geboren in 1777 in Amsterdam, huwt met Maria Johanna de Roever. Maria sterft op 7 februari 1805 in Amsterdam, elf dagen na de geboorte van haar zoon Nicolaas, aan de gevolgen van zwaare Zinkingkoortsen, zoals het in de advertentie staat, in den bloeijenden ouderdom van 25 Jaaren, na eene genoeglyke Echtverbindnis van slechts twee Jaren en ruim drie Maanden. Er is een bron waaruit blijkt dat Gerrit hertrouwt met F. Reijns. Een tweede bron ter bevestiging is (nog) niet gevonden en die is eigenlijk wel nodig, omdat uit de DTB blijkt dat zijn zoon Jan ook trouwt met een F. Reijns.
Gerrit heeft in ieder geval een bedrijf onder de naam 'Platvoet en Compagnie'. Het is gevestigd op de Prinsengracht, nabij de Vijzelgracht, waar Gerrit ook woont. Wat voor een bedrijf is niet duidelijk.
Wel verschijnt er op 13 augustus 1823 de volgende advertentie in de Amsterdamsche Courant:
Op 17 juli 1830 overlijdt Gerrit op 53-jarige leeftijd aan een subiet toeval, zoals de advertentie vermeld. Onverwach(g)t dus, maar dat is dan ook de enige overeenkomst met bovenstaande advertentie. Notaris Jacob Olzati uit Amsterdam plaatst dan een advertentie:

Alle degenen welke iets te pretenderen hebben van, verschuldigd zijn aan, of iets onder zich berustende moge hebben, concernerende tot de Boedel van wijlen den Heer GERRIT PLATVOET, genegotieerd hebbende op de Firma van PLATVOET en COMPAGNIE, gewoond hebbende en onlangs overleden zijnde te Amsterdam, op de Prinsegracht bij de Vijzelgracht, gelieven zulks ten spoedigste immers uiterlijk voor ultimo Augustus 1830, schriftelijk optegeven ten Kantore van den Notaris JACOB OLZATI, op de Prinsegracht bij de Weteringstraat.

Uit dit huwelijk

1 ?, geboren ?, overlijdt 14 maanden na de geboorte

2 Jan, geboren op 27 november 1803 in Amsterdam (zie 8.2).

3 Nicolaas, geboren op 27 januari 1805 in Amsterdam, hervormd gedoopt op 15 februari 1805 door dominee Joost Isaac Cremer in de Nieuwerzijdskapel in Amsterdam. Getuigen bij de doop zijn Jan Platvoet en Anna Margereta Swarthoff. Nicolaas overlijdt op 5 februari 1807, twee jaar en 9 dagen oud, aan de zinkingziekte. Zinkingziekte is een ziekte waarbij 'kwade' stoffen naar een lichaamsdeel trekken en die pijnlijk aandoen.

Tekstvak:

Rubrieken:

24

25

27

28

30

31

32

33

29

Tekstvak:

30

 © a platvoet

Tekstvak:
Tekstvak:

26

Uit dit huwelijk:

1 Egbert Platvoet, zoon van Geerlich Ameschot op Platvoet, geboren op 12 oktober 1679 in Borculo (zie 3.1);

2 Jan Platvoet, zoon van Geerlich toe Ameschot, jonge man op den Platvoet, geboren op 22 oktober 1682 in Borculo (zie 3.2);

3 Aeltjen Platvoet, dochter van Geerlich Platvoet uit den Dijk, geboren op 6 september 1685 in Borculo, huwt op 19 maart 1719 in Ruurlo met Tuenis Ribbers, n. soon van wijlen Daniel Ribbers uit Ruurlo. Corpulati in Ruerlo. Uit di huwelijk: 1 Elsken Ribbers *1721; 2 Derk Ribbers *1722;

4 Hendersken Platvoet, dochter van Geerlich Platvoet, geboren op 14 juli 1691 in Borculo, huwt op 27 oktober 1715, dezelfde datum als haar broer Jan, in Ruurlo met Hendrik Huikers uit Ruurlo. Copulati in Ruerlo den 27 octobr.

 

3.1: Egbert Platvoet, Harmen, zoon van Geerlich Ameschot op Platvoet, geboren op 12 oktober 1679 in Borculo, huwt op 18 april 1717 in Rekken met Geesken Tankink, jongen dochter van Jan Tankink uit Rekken.
Harmen was niet iemand die zich zomaar bij de gevestigde orde neerlegt. Vanuit het Gelders archief is bekend dat hij voorkomt in het Criminele procesdossier 1642-1802 van het Stads- en landgericht Borculo. Harmen heeft een conflict. Onder nummer 64-8 staat: Fiscus contra Harmen Platvoet (1739). Het is een prachtig verhaal.

33

34

35

36

37

38

39

41

43

44

46

42

45

40

Hof De Platvoet

op de kaart van

Isaak Tirion

 Uit 1741

De genealogie van Geerlich toe Ameschot ziet er als volgt uit.
1: Egbert Ameschot, geboren in Borculo, huwt. Uit dit huwelijk:
1 Geert Ameschot, geboren in Den Dijk, Borculo;
2 Geerlich toe Ameschot op den Platvoet, geboren in 1653 in Den Dijk, Borculo (zie 2.2);
3 Egbert toe Ameschot, geboren in Den Dijk, Borculo;
4 Goosen (Gosen) (toe of te) Aamscot (ook Aamschot), geboren in Den Dijk, Borculo;
5 Derk Ameschot (ook Aamscot, Aamscoot, te Aamscot), geboren in Den Dijk, Borculo.

2.2: Geerlich Egberts toe Ameschot op den Platvoet, zoon van Egbert Ameschot (1), geboren in 1653 in Den Dijk, Borculo, huwt in 1677 in Borculo voor de tweede keer met Elsken van der Beecke, geboren op 31 maart 1648 in Borculo.

 

 

NB: In akten uit 1648 is over Elsken van der Beecke te lezen, dat een Derick (achternaam wordt niet genoemd) haar vader is. De geschiedenis van het Hof Platvoet in Borculo laat zien, dat alle bewoners de naam Platvoet aangenomen hebben, wat toentertijd absoluut gebruikelijk was.

Elsken Platvoet is een geboren Van der Beecke (ook ter Beecke) en voortgekomen uit het huwelijk van Derick van der Beecke met Hendersken Daven. Deze familie woonde op De Platvoet in Borculo. Elsken is al het tweede kind van beide echtelieden. Eerstgeboren kind is de op 20 juli 1645 in Borculo geboren Aarent van der Beecke.

Op De Platvoet woonden verder de ouders van Hendersken Daven, Johan Daven und Griete Goijkers, evenals de beide schoonzusters van Hendersken, Jan de broer en de zuster Meint Daven, die later in Borculo een Berent Calenkamp trouwt. Uit dit familieverband hebben Derick van der Beecke en Hendersken Daven zich los gemaakt en zijn naar Bocholt in Deutschland getrokken. Daar duiken in de schattiningsboeken de in Borculo geboren kinderen, Aarent en Elsken, weer op. In Bocholt worden drie andere zusters van Elsken geboren. De moeder, Hendersken Daven uit Borculo, laat zich in Bocholt onder de naam Hendersken Platvoet inschrijven. Verder komt de naam Platvoet in Bocholt niet voor.

Na de vroege dood van de ouders van Derick van der Beecke en Hendersken Daven, genoemd Platvoet, moet Arent in Bocholt voor zijn zusters  zorgen. Elsken gaat daarom en ook tamelijk jong naar Borculo terug, naar de boerderij van haar opa, Johan Daven. Ze stapt in 1675 over tot het protestantse geloof en huwt op 2 september 1677 in Borculo met de buurjongen Geerlich van Ameschot, met wie ze vier kinderen krijgt. Het tweede kind krijgt de voornamen van zijn oer-grootvader, Johan Daven, namelijk  Jan en het vierde kind krijgt de voornaam Hendersken van oma, Hendersken Daven. Ook al deze kinderen uit het huwelijk met Geerlich van Ameschot krijgen niet vader’s familienaam Ameschot, maar  de boerderijnaam Platvoet. Alle verdere nazaten van hem heten Platvoet. Overigens trouwt Elsken in de 1690er-jaren en tweede keer, maar blijft dan kinderloos.

Bron: Reinhold Ribbers, nazaat van Derick van der Beecke.