Heerlijkheid Kraaiwinkel

In het zelfde gebied, enkele honderden meters verder dan kasteel Cleerbeek, loopt van west naar oost de Kraaiwinkelbeek. De naam is ontleend aan een machtige pachthoeve van de Heren van Kraaiwinkel (Cray-winckel, Creewinckel, Crawenkel). Die pachtboerderij, met grachten omgeven, stond op de plaats waar nu nog een rond bosje is te vinden, ten noorden van de staatsbaan naar Houwaart (weg van Leuven naar Diest).
Daar leefde in de veertiende eeuw de landheer van Kraaiwinkel. Al in 1391 vond een verdeling van het eigendom plaats en een deel van de goederen kwam in het bezit van de nabijgelegen priorij van Gemp.
De boerenvesting is in de vijftiende eeuw afgebroken het eilandje in de vijver is nog de enige herinnering aan dit kasteel.

Aan de familie Kraaiwinkel is nog een "wonder" toe te schrijven. Toen Jan van Crawenkel, ridder te Libbeke (Lubbeek) op 11 juni 1341, zijn twee dochters ten grave droeg, brak er plotseling een hevig onweer uit en de stoet schuilde onder twee eiken. Maar nadat het onweer was gaan liggen kon men de kisten niet meer van hun plaats krijgen. De volgende nacht kreeg vader Jan te horen dat hij ter plaatse een kapel moest bouwen en zijn dochters daar moest
begraven ter ere van Maria, moeder Gods, voor wie zij zoveel devotie hadden gehad. Alzo geschiedde. De kapel bestaat nog steeds.

Deze vesting is ooit in handen geweest van de familie Platvoet. Hieronder staan enkele gevonden teksten,  waar dit in tenminste twee daarvan is vermeld.

Ridder Jan van Craywinckel, alias Ridder Jan van Crewinkel, Heer van Dunbergen (Lubbeek, België), geboren voor 1310,  wonend in "kasteel van Dunbergen" (Lubbeek, België), had twee vrome  dochters, Elisabeth en Beatrijs. Hij werd begraven op 20 juli 1341 en zijn beenderen werden bewaard in een kapel in Vinkenweert-/Binnekom en omdat die kapel in 1816 afgebroken werd
, later in de parochiekerk Lubbeek.

In 1317 is al terloops sprake van een Beatrijs van Kraaiwinkel, mogelijk de vrouw van Ridder Jan van Craywinckel, maar in 1351 duikt de naam duidelijk op als er sprake is van ene Béatrice de Creenewincke, begijn te Leuven, die een lijfrente van 26 pond en 6 mudden roggen ontvangt, welke na haar dood moet worden overgedragen op de pastoors van het begijnhof.  Daarna is er geen sprake meer van telgen van dit geslacht (?). De heerlijkheid Kraawinkel gaat dan over in de handen van de
familie Platvoet, die in Leuven in hoog aanzien stond (Bron : De Heerlijkheid Kraaiwnkel te Lubbeek, door Fr. Schays in: Oost-Brabant, Bind en werkblad van Oost-Brabantse Werkgemeenschap België, vr. mededeling van Hans Van der Meeren, augustus 2002).

Op 20 maart 1365 wordt
Peeter Platvoet vermeld als eigenaar van het hof te Crauwinkele bij Gempe (Lubbeek, B), (Les Chartes… n°CCCLXXXVII p. 401).

De kaart van Farraris uit 1770. De 'nieuwe staatsbaan' is nu de provinciale weg tussen Leuven en Diest

Tekstvak:

10

Rubrieken:

11

12

13

14

15

16

Platvoet in the USA

Tekstvak:

15

 © a platvoet

Tekstvak:
Tekstvak: