Platvoet in Enschede 1

In het item “Nienborg” bleek al dat Joan Egbert Joseph Platvoet samen met Anna Catharina Niehues in deze plaats hebben geleefd. Als hun vierde kind wordt daar ook Joannes Gerhardus Platvoet geboren. Dat is voor Enschede van belang! Gerrit groeit weliswaar op in Nienborg, maar leert als jongeman in Enschede een meisje kennen, waar hij mee trouwt en samen vestigen zij zich (waarschijnlijk rond 1772, ca 23 jaar oud) in Enschede. Hij is net als zijn vader kuiper van beroep.

Gerrit wordt de stamvader van de familie Platvoet die vooral eerst in Enschede en Twente, maar daarna ook in de rest van Nederland zal uitdijen.

 

Blijkens de doop-, trouw- en overlijdensregisters van Enschede zijn er in de periode 1810 – 1890 83 baby's geboren met de familienaam Platvoet, 16 huwelijken gesloten waarbij een partner deze naam draagt en 47 sterfgevallen van een Platvoet geregistreerd.

Het probleem bij het doen van genealogisch onderzoek in Enschede is de brand van 1862. Enschede brandt dan nagenoeg geheel af. De kerkelijke (met uitzondering van de Nederlands Hervormde) en gemeentelijke archieven gaan in vlammen op. Het gevolg is dat die bronnen voor gegevens over de 1e en 2e generatie van de familie Platvoet in Enschede niet meer beschikbaar zijn. Gelukkig zijn er nog andere bronnen zoals notariële akten in Enschede en het provinciale archief in Zwolle, waar het een en ander gevonden is.

Gezicht op Enschede in 1875

De stamvader in Enschede

1: Joannes Gerhardus Platvoet, Gerrit, zoon van Joan Egbert Joseph Platvoet (zie pagina Duitsland, Nienborg), gedoopt op 8 september 1749 in Nienborg, peter bij de doop is Arnd (Arnold) Niehues en meter is Christina (Nina) Platfoet (Plaetvoet), huwt (1772?)met Katharina Robers, geboren in Enschede als dochter van Jan Robers, zadelmaker, en Christina Uilenbrinks. Blijkens de volkstelling van 21-31 oktober 1795 woont het gezin met 9 inwonenden aan de Gronausche Straat nr. 270. Deze straat bestaat nog steeds en heet nu De Klomp en loopt vanaf het kruispunt met de Heurne (voorheen de Oldenzaalsestraat) en de Kalanderstraat (voorheen de Alsteedse weg) in oostelijke richting en verbond destijds Enschede met de Duitse stad Gronau. Het huis lag 'buiten de Eschpoort' nabij de Veenstraat en dus even buiten het “ei” van het oude door grachten omsingelde centrum van Enschede.
Gerrit Platvoet is evenals zijn vader van beroep kuiper, een

vaten- en tonnenmaker.

De kuiper in zijn werkomgeving

(museum Brugge, B) 

Gerrit Platvoet overlijdt op 25 februari 1825 op 81-jarige leeftijd. Zijn overlijden wordt op het gemeentehuis aangegeven door Pieter van de Leede (katoenspinner, 36 jaar) en de 34-jarige kleermaker Jan Everwijn Wenning. Bij zijn overlijden woont hij nog steeds op de Gronauschestraat nr 270. De nalatenschap van Gerrit bedraagt bijna 1000 guldens. Uit dit huwelijk zijn er blijkens de volkstelling in 1795 in dat jaar 7 kinderen. Drie van deze kinderen (1, 4 en 5) komen ook voor in een reconstructie van het RK-Doopboek Enschede/Lonneker. De voornaam van de vader in dit doopboek wordt aangeduid met Gerardus.

1 Bernardus, Berend, geboren op 4 mei 1773 in Enschede, zie 2.1);

2 Johannes Josephus, Joseph of Josef, geboren op 21 mei 1776 in Enschede, (zie 2.2);

3 Lambertus, geboren in ca 1782 in Enschede (zie zie 2.3);

4 Maria Anna, Maria, geboren op 22 augustus 1786 in Enschede, dienstbode, trouwt op 3 oktober 1821 op 35 jarige leeftijd met Everardum Jansen, geboren op 1 augustus 1796 in Duiven (Gdl), molenmaker en molenaarsknecht. Everhard overlijdt op 2 juni 1863 in Amsterdam,  66 jaar oud en Maria overlijdt daar op 6 mei 1857 in Amsterdam.

5 Christina, Stientjen, geboren op 11 november 1788 in Enschede, trouwt op 25 november 1819 te Enschede met Joannes Eskes. Christina is dan dienstmeid van beroep;

6 Joannes Hendricus, Jan Hendrik, geboren op 3 januari 1792 in Enschede (zie 2.6);

7 Bertus, geboren in Enschede.

2e generatie

2.2: Johannes Josephus Platvoet, Joseph, zoon van Gerrit Platvoet (1.1), geboren op 21 mei 1776 in Enschede, kalanderbaas, trouwt twee keer, eerst met Henrica Reef, geboren op 27 december 1778 in Twekkelo, dochter van Gerrit Reef en Catharina Overbeek. Van dit eerste huwelijk is de datum niet bekend.

Volgens het “Alphabetisch Register van Eigenaren in 1832”  is Joseph Platvoet eigenaar van  perceelnummer 517, aan de Alsteedseweg, nu Kalanderstraat, 4e huis links vanaf de Klomp, nu warenhuis Hema. Hij wordt ook aangemerkt als fabriqeur. Zijn vrouw Henrica overlijdt helaas op 1 maart 1833.

 trouwt vervolgens opnieuw op 12 december 1834 in Lengerich D met Johanna Carolina Catharina Blom, geboren na 19 november 1815 te Lengerich, Pruisen, dienstmeid en dochter van Eberhard Heinrich Blom, timmerman, en Catharina Elsebein Cocher. Joseph is dan 58 jaar en Johanna Blom 19. Bij dit tweede huwelijk is hij kalanderbaas en leeft zijn vader Gerrit niet meer. Joseph verklaart dan dat hem noch de laatste woonplaats, noch de plaats van overlijden van zijn grootouders bekend zijn. Hij heet oorspronkelijk Jan Joseph maar dat is in de volksmond verandert dat in Joseph. Joseph overlijdt op 31 mei 1854 op 78-jarige leeftijd. De overlijdensakte geeft wat informatie. Hij is dan al voor de tweede keer weduwnaar. Zijn overlijden wordt aangegeven door Bernard Joseph ter Braak, van beroep wieldraaier en 73 jaar oud, en Jannes Robers, schoorsteenveger en 69 jaar oud. Deze Jannes heeft dezelfde achternaam als de moeder van Joseph. Wellicht een neef? Bij zijn overlijden woont Joseph op de Agterstraat 691. Dat is een oude straat in het hartje van Enschede, waarvan de benaming in 1603 is vastgesteld. In 1905 is de naam gewijzigd in Stadsgravenstraat en zo heet hij nu nog steeds.

Uit het eerste huwelijk:

1 Gerardus, Gerrit, geboren op 9 januari 1806 in Enschede (zie 3.1);

2 Theodorus Hendrikus, Theo, geboren op 5 oktober 1807 in Enschede (zie 3.2);

3 Carolus, Karel, geboren op 15 oktober 1809 in Enschede (zie 3.3);

4 Joannes, Jan-Willem, geboren op 4 november 1811 in Enschede;

5 Johanna Willemina, geboren op 12 april 1813 in Enschede;

6 Gradus, geboren in 1818 in Enschede, huwt met Gezina van Benthem. Als Gezina overlijdt trouwt hij op 20 juni 1856 opnieuw, nu met Catharina Spit uit Oldenzaal, dochter van Johannes Spit en Gezina Wissink. Gradus is dan vrachtrijder.

7 Geertruid, geboren op 8 december 1821;

Uit het tweede huwelijk:

8 Hendrikus, geboren op 12 maart 1835 in Enschede (zie 3.5);

9 Karel, geboren op 7 oktober 1938;

10 Catharina Hendrina, geboren op 18 juni 1840 in Enschede;

11 Jan Joseph, geboren op 4 april 1842 in Enschede;

12 Catharina Elisbein, geboren op 15 juni 1844 in Enschede;

13 Jan, geboren op 22 oktober 1846 in Enschede.

Transcriptie akte 29 april 1823

 

Voor ons Gerrit Pennink, Openbaar Notaris te Enschede, Provincie Overijssel, en nagenoemde Getuigen zijn gecompareerd Gerrit Platvoet, kuiper, en deszelfe Vrouw Katharina Robers, zonder beroep, beide wonendende alhier, dewelke verklaren verkwijt te hebben en te verkopen bijdeze aan deszelfen zoon Jan Hindrik Platvoet, hunne Inboedel des huizes en alle hunnne roerende goederen bestaande in het navolgende als, een kabinet gewaardeerd op Agtien gulden - Een kas op Agt guldens - een Lactafel op een rijksdaler - een Spindeken op een daler – een Spiegel op een daler - het Koper en Tinwerk op Zeven guldens - tien Stoelen op Drie guldens - een Tafel op een daler - Twe bedspreidingen op Vijftig guldens - de bedgordijnen op een rijksdaler - een waschketel op Zeven guldens - Twe ijzeren potten op een rijksdaler - een staande plaat op Drie gulden Vijftig Cents - een pan en panijzer op Twe guldens - een friesche Klok op Twaalf guldens - Linnen en wollen goed op Tien guldens - potten, pannen en verdere kleinigheden op Drie guldens; voords de Kuipersgereedschappen en het hout op Vijftig guldens; - wannen, braken, handvaten, ploegraden enz. op Dertig guldens; dus alles te samen voor de Som van Twe honderd Vijftien guldens; dezelve daar voor aan den Aankoper overgevende bij deze -------------
En is mede gecompareerd Jan Hindrik Platvoet, kuiper, ook alhier woonagtig, en verklaarde de voorzeide Inboedel en roerende goederen alzo gekocht te hebben, en alsnog te accepteren.

Gedaan te Enschede den Negen en twintigsten April des Jaars Agtienhonderd Drie en twintig, in presentie van Jan Kosters, eigenaar, en Pieter van der Lude, Spinner, beide alhier woonagtig als ge

                                                                              tuigen

 

tuigen, welke na gedane voorlezing met den eersten en derden Comparant nevens mij Notaris hebben getekend, verklaren de Vrouw Comparante niet te kunnen tekenen wegens zwakheid en het beven harer hand

g platvot
J H platvoet
J Kosters
P V Des Lude
G Pennink Not.

Geregistreerd te Oldenzaal den twaalfden

          Mei 1823. D.4 fo 139. afd-5

 

       fl  9.20.

10h       .92.

15       1.38.

         11.50.  f 5,43.  Ontvangen vijf

        gulden drie en veertig cent

2.1: Bernardus, Berend, zoon van Gerrit Platvoet (1.1), geboren op 4 mei 1773 in Enschede, beroep kuiper, trouwt 6 mei 1804 in Enschede met Catharina Kok (ook Kock), geboren op 24 april 1778 in Enschede, dochter van Albert Kok en Geertruid Hevink. Berend overlijdt op 26 mei 1812, 39 jaar oud, in Enschede. Zijn weduwe trouwt daarna opnieuw met Christoffer Sandkühler. Zij worden voogdes en voogd over de kinderen, terwijl broer/zwager Lambertus Platvoet (2.3) toeziend voogd is.

Catharina overlijdt op 31 januari 1851 in de Eschmarke

Uit dit huwelijk:

1 Catharina, geboren tussen 1803 en 1811 in Enschede;

2 Geertrui, geboren tussen 1806 en 1808 in Enschede, overlijdt op 3 juni 1816 in Enschede;

3 Albertus, geboren op 13 december 1809 in Enschede, overlijdt op 24 mei 1852 in de Eschmarke;

2 Joanna, geboren op 13 december 1809 in Enschede.

De sociaal-economische geschiedenis van Twente kent twee perioden van zowel groei als neergang.

De eerste opgaande lijn kwam in de 10e eeuw door de groei van het handelsverkeer tussen Deventer en Münster/Osnabrück. De weg naar Münster en Osnabrück splitste zich in Twente. Daar was behoefte aan pleisterplaatsen, ambachtslieden en markten. De tussenstop die handelaren maakten zorgden voor groei in de steden. De bevolking verdubbelde in enkele eeuwen. De bestuurlijke elite organiseerde zich in het adellijke Twente. Alhoewel Oldenzaal een hoofdrol speelde kreeg Enschede in 1325 zijn stadsrechten.

De pest smoorde tussen 1347 en 1351 de economische en demografische ontwikkeling en ook daarna had Twente weinig profijt van het internationale Hanzeverbond, dat het handelsverkeer meer in noord-zuid richting verplaatste. De voor Twente belangrijke oost-west verbinding schoof op naar Salland waar de Hessenweg vanaf Lingen langs de Vecht naar Zwolle liep. De export van Bentheimer zandsteen ging toen ook via de Vecht. Twente werd eeuwenlang een armoedige uithoek van de Republiek der Verenigde Nederlanden.

In 1475 woonden er ongeveer 12.000 mensen. Door de Gelderse Oorlogen nam dit aantal verder af. De uitwerking van de Tachtigjarige Oorlog was vanaf 1568 zelfs desastreus.

De in zichzelf gekeerde sociaal-economische situatie zorgde voor een samenleving die de Franse Tijd in 1795 met gejuich begroette. De nieuwe impulsen, als de verbetering van de internationale verbindingen, vorming van een ondernemende elite en gemeenten, zorgden ervoor dat de bevolking in Twente rond 1800 tot zo’n 50.000 mensen toenam.

In die tijd trekken veel Duitsers naar Nederland. Deze Hollandgänger zijn veelal seizoensarbeiders in het veenwerk. Maar ook ambachtslieden en dan gezellen die voor

een stageperiode naar de stad komen en teuten, kooplieden die hier hun waren komen slijten. Van die laatsten zijn Clemens en August Brenninkmeijer, de grondleggers van C&A, een goed voorbeeld. Sommigen blijven hier ook hangen en trouwen met een Nederlands meisje. De taal is geen barrière, want het Twents en het plat Duits behoren tot dezelfde Saksische taal. Gerrit is wellicht ook een van die Hollandgänger. Hij is net als zijn vader kuiper van beroep en loopt hier misschien wel stage of is door zijn vader vanuit Nienborg met koopwaar hier naar de markt gestuurd. Mogelijk ontmoet hij zo de Enschedese Katharina en is hij erg onder de indruk van haar verschijning, zodat dit de oorzaak wordt van zijn definitieve verblijf in Enschede.
Er zijn een tiental notariële akten bewaard gebleven, opgemaakt tussen 1819 en 1826, waar de familie Platvoet, Gerrit, zijn vrouw of zijn kinderen, bij betrokken zijn. Het gaat om testamenten en boedelverdelingen. Gerrit bezit namelijk niet alleen gereedschappen en werkvoorraden, maar hij en zijn
vrouw zijn ook eigenaar van het huis aan de Gronauschestraat, dat hij met 9 mensen bewoont. Ook is hij eigenaar van een huis op de “Hondekolk”, van een stukje grond op de Esch en van een stukje grond bij het Woolderink. Het echtpaar laat in hun testament in 1819 beschrijven, dat ze na hun dood het ouderlijk huis aan zoon Jan Hindrik en het andere huis aan dochter Stientjen (Christine) nalaten met uitbetalingen aan de overige kinderen en kleinkinderen. In 1820 doen ze hetzelfde met de roerende goederen.
Zoon Jan Hindrik woont kennelijk in bij zijn ouders, want hij krijgt niet alleen de
ouderlijke woning, maar neemt ook het bedrijf van zijn vader over. Door onbekende omstandigheden kiest Gerrit er voor om in 1823 de verkoop van de inboedel en gereedschappen aan zijn zoon in een notariële akte vast te leggen.

Omstreeks 1840 kwam een grootscheepse emigratie uit Nederland op gang, voornamelijk als gevolg van religieuze spanningen en slechte economische omstandigheden. Vele Nederlandse emigranten met bestemmingen als Duitsland, Noord- en Zuid-Amerika en Zuid-Afrika en kwamen uit de provincies Friesland, Groningen, Overijssel, Zeeland, en Noord-Brabant.
In de registers van het Historisch Centrum Overijssel vinden we dat ene
Hendrik Platvoet, van beroep kuiper, in 1847 op 55 jarige leeftijd emigreert naar Noord Amerika.  De opgave is gedaan door gemeente Enschede, waarbij de gemeente aangeeft, dat Hendrik weduwnaar is en met nog 4 personen reist. Dit laatste is wat verwarrend, want één van die personen is natuurlijk zijn zoon Gerrit, maar wie zijn de drie anderen?
Uit Amerika komt meer informatie. Hendrik reist vanuit Amsterdam met het schip de Mississippi of Demerara naar New York. Hij zou niet alleen Gerrit bij zich hebben, maar nog twee zoons,
Karel en Dirk en een dochter Geertruida. Geboorteaktes van hen zijn in Nederland echter niet gevonden.

Wel is bekend dat in hetzelfde jaar zijn neef Theo, zoon van Jan Josephus Platvoet (2.1), met zijn vrouw Johanna en hun enige kind Hendrik Jan op 3  Juni 1847 ook naar Amerika emigreren (zie 3.2: Theodorus Hendrikus Platvoet)

Uit dezelfde informatie blijkt dat Hendrik ook wordt genoemd als Johannes Hendricus, maar het blijkt dat dit dezelfde persoon is.
Het vervolg van de familie van
Joannes Henricus Platvoet is te vinden op de pagina USA 1, Platvoet in Ohio.

geboorte akte van Gerrit Platvoet

transcriptie geboorteakte Gerrit Platvoet


No 62 

Op heden den Een en twintigsten der maand Juny des jaars één duizend achthonderd vier en twintig, des voormiddags te tien uren, compareerde voor ons Jan van Lochem, Burgermeester der stad Enschede Provincie Overijssel, waarnemende de functie van Officier van den Burgerlijken Stand, geadviteerd door Antonij Warnaars, secretaris:
Jan Hendrik Platvoet -------- oud twee en dertig jaren, van beroep Kuiper --------- woonende te Enschede, geadsisteerd met twee Getuigen, De eerst Albert Kuipers Barend Jans Loon, oud vijftig jaren
kleermaker----------------------------------------------------------------
den tweede Pieter van der Leede, oud vier en dertig jaren
katoenspinner, woonende beide alhier dewelke ons heeft verklaard, dat Euphemia Maria Loonk deszelfs huisvrouw, oud twee en twintig jaren, zonder beroep, op den negentiende dezes des namiddags te een uren ten zijnen huize is bevallen van een kind van mannelijke geslacht, aan hetwelk de voor-

naam is gegeven van Gerrit --------------------------------------------
Volgens deze verklaring  en ingevolge de rekwessitie van voornoemde Comparant, hebben wij deze Akte geformeerd,
dewelke, na gedane voorlezing, is getekend door onszen secretaris, de vader en beide Getuigen

J H platvoet
A kuipers       bjL                                       Van Lochem
P Van der Leede                                        Waarnaars

2.6: Joannes Hinricus Platvoet, Jan Hendrik (ook Hindrik), zoon van Gerrit Platvoet (1.1), geboren in 1792 in Enschede, trouwt op 6 maart 1823 in Enschede met Euphemia Maria Loonk, Fenne, geboren op 9 mei 1801 als dochter van Gerrit Loonk, schoenmaker, en Geertruid Robers. Jan Hendrik is dan kuiper van beroep net als zijn vader en koopt op 26 april van dat jaar het gereedschap, het hout en de wannen, braken, handvaten, ploegraden enz. voor 80 guldens:
Volgens het Enschedese 
“Alphabetisch Register van Eigenaren in 1832” is ene Jan Hendrik Platvoet, van beroep kuiper, eigenaar van perceelnummer 507. (Voorheen Gronausche Straat, nabij de Veenstraat, nu verdwenen door de aanleg van de nieuwe Oldenzaalsestraat). Blijkens de volkstelling van 21-31 oktober 1795 woont Gerrit Platvoet (2.1) met een gezin van 9 mensen op de Gronausche Straat nr. 270! Dit is waarschijnlijk het perceel nr 507.
Jan Henrik meldt zich op 21 juni 1824 op het gemeentehuis van Enschede met de getuigen Albert Kuipers, oud 50 jaren, kleermaker, en Pieter van der Leede, oud 34 jaren, katoenspinner, beide woonende alhier. Bij de namen van de getuigen staat ook nog de naam van Berend Jans Loon. Jan Hendrik komt aangifte
doen van het feit, dat deszelfs huisvrouw Euphemia Maria Loonk, oud 22 jaren op de 19e dezes, des namiddags te een uren, is bevallen van een kind van het mannelijk geslacht, aan hetwelk de voornaam is gegeven van Gerrit. Dus uit dit huwelijk:
1 Gerrit Platvoet, geboren 19 juni 1824 in Enschede;

Tekstvak:

2.3: Lambertus Platvoet, zoon van Gerrit Platvoet (1.1, zie item Enschede NL 1), geboren tussen 1780 en 1784 in Enschede, eerst zadelmaker (tot ca 1822) en later schoenmaker te Enschede - schoenen droeg men in die tijd overigens alleen zondags, overdag droeg men (wilgen) klompen - huwt op 8 oktober 1805 met Catharina Wissink, geboren tussen 1772 en 1776 in Enschede, dochter van Jacob Wissink.

Volgens het “Alphabetisch Register van Eigenaren in 1832”  is Lambertus Platvoet, zadelmaker, eigenaar van perceelnummer 1137 (Haverstraat) en van een stuk land (perceelnummer (149) op de Duivels-Keuken (tussen nu Van Lochemstraat en de Heurne). Uit dit huwelijk:

1 Hendrik Jan, geboren tussen 1805 en 1809 in Enschede, overlijdt op 15 maart 1854 in Enschede;

2 Joanna Margeretha, Janna, geboren op 16 december 1807 in Enschede, huwt in 1836 in Enschede met Johannes Henricus ten Zijthof, geboren in 1805 in Delden, van beroep timmerman. Janna overlijdt op 1 januari 1841;

3 Gerardus, Gerrit, geboren op 6 september 1811 in Enschede;

4 Bernardus, geboren op 22 oktober 1815 in Enschede (zie 4.4);

5 Christina, geboren op 28 december 1819 in Enschede en een dag later overleden. Op 30 december doet G Rekers en L ten Meng (declaranten) daar aangifte van. Als adres van het overleden kind geven zij op Haverstraat 546;

6 Gerrit Jan, geboren in 1821 in Enschede, huwt in 1853 in Enschede met Maria Margaretha Wissink. Hij huwt een tweede keer in 1859 te Enschede met Euphemia Oude Eekman;

7 Jacobus, geboren op 23 december 1817 in Enschede, metselaar en schoenmaker en ongehuwd. Hij overlijdt op 9 juni 1899 in Enschede.

8 Jan, geboren op 28 oktober 1822 in Enschede.

Rubrieken:

24

25

27

28

30

31

32

33

29

Tekstvak:

32

 © a platvoet

Tekstvak:
Tekstvak:

Sociaal-economische aspecten

26

1e generatie

33

34

35

36

37

38

39

41

43

44

46

42

45

40